De langverwachte biografie Gerard Reve: Kroniek van een schuldig verschijnt in drie delen. Het eerste, De vroege jaren (1923-1962), is pas uit; het tweede en derde deel volgen in respectievelijk de lente en herfst van 2010. De Standaard der Letteren zal per deel de voornaamste personen in Reve’s leven centraal stellen. In dit eerste deel is dat Reve’s echtgenote, Hanny Michaelis. Onderstaand artikel verscheen in de Standaard der Letteren van 20 november. (Voor de puntje op de i: in de krant werden aan de biograaf twee sterren toegekend, dat moesten er drie zijn.)
Hoe groter geest,
hoe groter beest
Ook al noemde Gerard Reve zichzelf later ‘kampioen homoseksueel van Noord-Holland en koloniën’, in de jaren ‘50 was hij getrouwd met een vrouw. Het huwelijk komt uitvoerig aan bod in de biografie Kroniek van een schuldig leven.
Toen Gerard Reve voor het eerst op bezoek ging bij Hanny Michaelis, beval hij haar onder de lamp van de wastafel te gaan staan. Hij zei dat ze haar mond moest opendoen, tikte met de nagels tegen haar tanden en concludeerde: ‘Het gebit is goed.’ Hanny Michaelis (1922-2007) was Joods en had haar ouders verloren aan de Holocaust. Later diezelfde avond gingen Hanny en Gerard met elkaar naar bed.
Michaelis en Reve leerden elkaar kennen ten kantore van de uitgeverij Meulenhoff. Michaelis was daar stenotypiste en assistente van de redactie. Reve had tijdens de oorlog een eerste relatie gehad, met Tine Fraterman. Dat was een ‘vechtrelatie’, aldus biograaf Nop Maas, en het zou met Hanny niet anders worden. Het verschil was echter: Fraterman knapte af op de ruzies, terwijl Michaelis een opvliegend karakter had, dat als bumper functioneerde voor Reve’s kleine kantjes. Een ander verschil was dat de Gerard die Hanny leerde kennen, een beloftevol jong auteur was: zijn debuut De Avonden was pas bekroond. Hanny bewonderde Gerard en vergoelijkte zijn gedrag: ‘men zegt niet voor niets: hoe groter geest hoe groter beest’. Anderzijds gaf ze haar “succesauteur” vaak lik op stuk. Na het succès d’estime van De Avonden ging Gerard dingen zeggen als: ‘La littérature c’est moi’. Hanny noemde hem ‘l’auteur soleil’.
Het koppel trouwde op 9 december 1948. In de pers werden grapjes gemaakt, genre: ‘Verwacht wordt dan ook, dat zijn tweede roman milder zal zijn.’ ‘Vanaf het begin van zijn schrijversloopbaan heeft Reve’s privéleven zich in de pers afgespeeld’, concludeert Maas.
Etter
In een Nederlandse recensie van Maas’ biografie werd Reve omschreven als ‘een diepernstige etter’. Het is waar, de befaamde schrijver wekt in dit boek zelden de indruk een aangenaam of makkelijk mens te zijn geweest. Zelfs zijn eigen biograaf tikt Reve soms op de vingers, bijvoorbeeld voor de weinig empatische manier waarop hij zijn echtgenote behandelde, aan het einde van hun huwelijk.
Niet dat dat huwelijk één doffe ellende was. Hanny en Gerard gingen graag uit, langs bij vrienden of naar de film. Hanny deed flink mee als Gerard, samen met Willem Frederik Hermans, andere Nederlandse schrijvers zat af te kammen. (Hermans en Reve hadden in die periode een hechte vriendschap. ‘De vriendschap ging zelfs zo ver dat Hermans en Reve elkaars ouders bezochten om te zien wie het ergst waren.’)
Niettemin stak Reves homoseksualiteit al snel stokken in de wielen. Hij was ervoor in therapie geweest en beschouwde zichzelf als “genezen”. Nog geen drie maanden na zijn huwelijk maakte hij echter plannen om met een “goede vriend” een reis van vier maanden naar de VS en Canada te ondernemen. Het werd Parijs, maar dat deed niets af aan de jaloezie van Michaelis.
In het najaar van 1951 werd Reve verliefd op de Engelse dichter-vertaler James Holmes, aan wie hij in een brief schreef:
I am still trying to understand why this all came over me: perhaps it is a punishment for my maltreatments of animals in my youth.
In een minder ironische passage verzekerde hij James dat, als die zich bedrukt voelde, grote groepen dieren verward gingen zitten en weigerden te eten of te spelen.
Ook Michaelis was overigens gecharmeerd door James Holmes. Hij was het dan ook die haar ‘bijzonder fijngevoelig’ op de hoogte bracht van Gerards homoseksualiteit, terwijl de schrijver zelf, bijzonder diplomatisch, een blokje om deed.
Nochtans was het huwelijk daarmee niet over en uit. De twee bleven samen en er waren ook ‘seksuele betrekkingen’, zoals dat nuffig heet. Maar bij Michaelis groeide verlatingsangst en bij Reve schuldgevoel. Beiden bezochten een psycholoog en geleidelijk besefte Michaelis dat zij van ‘hinderpaal’ veranderd was in een ‘neutrale factor’: ‘Dat lijkt me geen verbetering.’ Tegen 1955 was het tweetal nog steeds getrouwd en hadden zowel Hanny als Gerard een minnaar.
Extra pijnlijk is dat Michaelis zich minderwaardig voelde. Ze legde de lat voor zichzelf consequent te hoog, zodat ze jarenlang niets op papier kreeg. Daarvoor gaf ze niet haar huwelijk, maar zichzelf de schuld. Haar huwelijk zag zij juist als een positief punt: haar inkomen onderhield Gerard, die vrij ongestoord voort kon schrijven. De suggestie van haar therapeut, dat ze misschien toch eens een echtscheiding zou mogen overwegen, joeg haar angst aan, ‘alsof ik op het punt stond te worden beroofd van het enige dat mijn leven zin gaf.’
Nop Maas geeft Michaelis in zijn Reve-biografie alle ruimte. In het hoofdstukje ‘Bitter overzicht’ citeert hij uitvoerig uit een brief van haar, gedateerd 24 juli 1956, waarin zij de balans opmaakt van haar huwelijk. De lezer mag zich gelukkig prijzen dat ook Michaelis schrijfster was en dus vloeiend formuleert. Vloeiend, bitter en glashelder. ‘Het komt er in wezen op neer dat ik jarenlang in de illusie heb geleefd dat kameraadschap voldoende is om een dragelijk huwelijk te leiden.’ Intussen zag Hanny zich verplicht om het huis te verlaten als Gerard zijn vriend Wimie ontving, met de duidelijke afspraak dat ze op dit of dat tijdstip zou terugkeren. Je kan niet zeggen dat ze dwarslag.
Op 23 juli 1959 gingen Hanny en Gerard officieel uit elkaar. Volgens Maas maakte de dichteres er geen drama van. Ze zei hem, over haar huwelijk: ‘Ik heb er nooit spijt van gehad en we hebben verschrikkelijk met elkaar gelachen.’ Een dame met haar op de tanden? Inderdaad, haar gebit was goed.
Nop Maas, Kroniek van een schuldig leven: De vroege jaren. Van Oorschot, 732 blz.












