maandag 28 november 2011

# 318 Belgica 8: Freddy de Vree

Na negen delen is het duidelijk wat de reeks Belgica te bieden heeft. Ten eerste is Belgica een gelegenheid om teksten van Franstalige Belgen, overleden of springlevend, te leren kennen, en dat zijn soms echte revelaties. Wat betreft de hedendaagse Vlaamse auteurs, kregen we totnogtoe enkele waardevolle voetnoten bij oeuvres in ontwikkeling. Het essaytje van Erwin Mortier werpt licht op diens stijlkeuze voor Godenslaap, de teksten van Yves Petry en Jan Van Loy zijn nieuwe sleutels voor hun respectieve oeuvres. Belgica heeft zich, na een aarzelende start, ontpopt tot een reeks om zonder aarzeling en op de voet te volgen.

Wat overigens niet wil zeggen dat er niet af en toe een stinker tussen zit. Speaking of which: Marcel Broodthaers, Marcel Broodthaers (92 blz., € 9) is een essay van essayist Freddy de Vree over... tja, Broodthaers, zeker? Het gaat om een herdruk van een tekst uit 1976. Twee vliegen in één klap, zou je zeggen: de schrijver-criticus én de belangrijke schilder.
De reden waarom Broodthaerts hier opduikt, is misschien zijn gebruik van wat Freddy de Vree noemt, ‘het Belgische visuele alfabet’. Het gaat dan om ‘ogen, mosselen, friet, antraciet’. (Ogen?) De Vree heeft zijn eigen tekst gemengd met veel lange interviewfragmenten, zodat criticus en kunstenaar evenwaardig zijn. De biografie wordt opeens onderbroken en er opent zich een gesprek, als een wak in het ijs. Vaak is er een groot verschil tussen de biografie, die voor iedereen leesbaar is, en de interviewfragmenten, die toch enige vertrouwdheid met hedendaagse kunst veronderstellen. Van het plonsbadje naar het diepe en terug.
Voor de lezer van literatuur valt hier weinig te beleven. Voer voor de fans van... tja, van Broodthaers, zeker?

Dagelijks bespreek ik kort een deel uit de Belgica-reeks. Deze blogposts zijn gebaseerd op teksten die ik schreef voor De Standaard en Staalkaart. Morgen de laatste aflevering van deze Belgica-soap: Vleesetende verhalen van Bernard Quiriny.

0 reacties: