Een recensent kan maar beter geen kritieken schrijven over auteurs met wie hij het goed kan vinden. Vandaar dat ik liever een andere criticus van de Standaard der Letteren Haar bloed zag bespreken, de nieuwe roman van Kristien Hemmerechts.
Maar 'n stukje op de blog, dat moet kunnen, nee?
Toen Hemmerechts uitgeverij Atlas ruilde voor De Geus, noemde ze als reden het gebrek aan redactionele begeleiding. Of De Geus nu opeens een stimulerender redacteur op Hemmerechts’ werk heeft gezet? Ik weet het niet, maar feit is dat de schrijfster in Haar bloed andere wegen inslaat. Normaliter graaft ze zich vrij monomaan in in één personage, dat in lange delen van de roman aan het woord blijft (of als focalisator blijft werken). Niet zo in Haar bloed. We beginnen weliswaar bij hoofdpersoon Titus Serfonteyn, maar al gauw verschuift het perspectief naar zijn moeder, zijn beste vriend Pieter, diens vader, en later, als Pieter en Titus op kot gaan, hun huisgenoten. Onder hen bevindt zich Roos, een meisje dat niet kan kiezen tussen Titus en Pieter, die allebei een oogje op haar hebben.
Zo verschuift het perspectief kalmpjes van de één naar de ander, zonder aan een strak schema (eerst x, dan weer y, enzovoort) gebonden te zijn. De afwisseling in stemmen is bijzonder prettig om te lezen en zo wordt Haar bloed een soort “ensemblevoorstelling”, waarin hoofd- én nevenpersonages op rij hun moment de gloire beleven. De nieuwe Hemmerechts is écht een nieuwe Hemmerechts.
Ruw geschetst draait alles rond de driehoeksverhouding tussen Pieter, Titus en Roos, die op de spits wordt gedreven als bij Roos leukemie wordt vastgesteld. Uiteraard, want alles in dit boek draait rond bloed. Bloed is Titus’ obsessie en de reden waarom hij medicijnen studeert.
En wat betekent het allemaal? Het thema van Haar bloed is verschil versus gelijkenis. We beschouwen onszelf stuk voor stuk als individuen, onvervreemdbaar anders dan onze medemensen, maar in hoeverre is dat waar? Zijn er tussen ons niet veel meer gelijkenissen dan verschillen? Worden wij als door een kloof van onze medemens gescheiden of is er van die kloof geen sprake?
Het is opmerkelijk hoe Hemmerechts de centrale dychotomieën (gelijkenissen of verschillen, individualiteit of verbondenheid) telkens weer in andere vormen laat opduiken. In hoofdstuk 10, bijvoorbeeld, leren we de familie van Roos kennen. De schrijfster laat zich van haar grappigste kant zien, in deze schets van een kortzichtig, stroef gezin van Vlaams Belangers. (Mensen, kortom, die sterk geloven in verschillen tussen mensen.) Vanuit het personage Roos offreert ze ons een flashback over het onhandige overspel van Roos’ moeder. Dit leidt tot de mijmering of iedereen een ‘bijman’ of ‘bijvrouw’ zou moeten hebben, om de echte echtgenoot/echtgenote draaglijk te maken. Je hebt nummer twee nodig om te weten wat je mist bij nummer 1 en vice versa: elke eigenschap bestaat maar bij de gunst van haar tegendeel. En zo zijn we terug bij de verschillen. Allemaal heel vlotjes, meestal zonder dat je de redenering van ver ziet aankomen.
De genoemde thematiek komt overigens niet uit de lucht vallen. Zoals ik al schreef in Bloot zijn en beginnen. Het oeuvre van Kristien Hemmerechts pogen haar personages vaak om tabula rasa te maken, d.w.z. andermans verwachtingen en beknellingen afwerpen om jezelf in vrijheid te kunnen ontplooien. Maar die pogingen liepen vaak vast, omdat er niet zoiets bestaat als een nul-identiteit: wij zijn de optelsom van wat ons is aangeleerd en opgelegd. Zet je dat masker af, dan blijkt er niets onder te zitten. Hoe kan je dan een vrij, onbezwaard individu zijn?
Van daar naar een roman over het individu en de massa, is niet zo’n heel grote stap.
Kristien Hemmerechts, Haar bloed. De Geus, 254 blz., € 18,95


0 reacties:
Een reactie plaatsen