vrijdag 31 oktober 2014

Doorlezen of niet? Esther Gerritsen

Vandaag: Roxy van Esther Gerritsen (Uitgeverij De Geus). Een literaire roman vol personages uit een literaire thriller? Het moet niet gekker worden. 

Wie? Esther Gerritsen is romancière, toneelschrijfster en columniste. Ze krijgt haast altijd lovende recensies, soms ook in Vlaanderen. Niettemin is ze geliefder bij de critici dan bij de lezers. 
Ik benijd zulke schrijvers niet. Waardering kun je niet eten.

Buzz? Niet in Vlaanderen. In Nederland haalde Roxy één week de Bestseller 60.

Vooroordeel van de dag? Zo goed als geen. Ik heb eerder één boek van Esther Gerritsen, lovend, gerecenseerd. Dat was Normale dagen

Wat was de vraag? Vermaken of verminken, behagen of betekenen? 

De eerste vijftig bladzijden... ...zijn in een vloek en een zucht uitgelezen. De zinnetjes zijn kort en eenvoudig, zodat je over de bladspiegel glijdt alsof het een fiks in de was gezette vloer betrof. Het boek bevat ook veel wezenloos gebabbel dialoog. Zo goed als niets dwingt de lezer tot nadenken, want de auteur kauwt alles voor. 
Roxy vertelt over een weduwe van 27, die zeer tegen haar zin uit haar veilige cocon moet komen en zelf weer beslissingen leren nemen. Haar eerste zelfstandige beslissing is de aanschaf van meerdere Smurfenpyjama’s. In haar recensie in De Standaard sprak Sofie Gielis van ‘autistische trekjes’, een medicalisering van het hoofdpersonage die waarschijnlijk geïnspireerd is door Roxy’s gewoonte om gedragingen te imiteren – zoals Dexter Morgan er ook altijd een punt van maakte dat hij iets deed omdat hij had geleerd dat het zo hoorde. Het resultaat is efficiënt maar leeg: 
Zodra Roxy het gebied van de smalltalk betreedt beweert ze met gemak dingen die ze niet meent, verzint of helemaal niet weten kan. De melodie van wat ze zegt klopt maar de woorden zijn onzinnig.

Waarover gaat deze roman? Een makkelijk te beantwoorden vraag, want het staat er woordelijk: ‘Ze heeft altijd geweten dat ze iets heeft overgeslagen, een binnenweg heeft genomen naar de volwassenheid. Nu komen ze me halen, denkt ze, nu moet ik terug’. Zo, prakje voorgekauwd, alleen nog effe slikken. May contain traces of nuts, maar het zou me verwonderen. 

Hoe gelezen? Met alle ophef rond het opheffen van De Bezige Bij Antwerpen, was het onvermijdelijk dat ik Roxy in dàt licht zou lezen. Met name dacht ik aan een boude uitspraak van Joost Vandecasteele, die in De Morgen het verschil benoemde tussen het literaire klimaat in Vlaanderen en Nederland: ‘Hier proberen boeken iets te betekenen, daar proberen ze te behagen.’ 
Een interessante stelling. In Nederland is er meer glamour en spektakel rond schrijven – denken we aan het Boekenbal of dat ordinaire boekhandelspanel van De wereld draait door. Schrijvers draaien mee in de entertainmentsector en doen dus inderdaad hun best te behagen. Maar dat betekent nog niet automatisch dat hun boeken dat ook (allemaal) doen. 
Zou Roxy geschreven zijn om te vermaken? Veel in de eerste zeventig bladzijden ruikt naar thrillers. Vooral de personages komen zó uit de mal van de literaire thriller: het schattige dochtertje, de efficiënte lesbienne, de moppentappende vader, de overspelige filmproducent... Idealiter zou het personage Roxy, door duidelijk niet uit een mal te komen, de gedragingen van de mensen om haar heen op losse schroeven moeten zetten, maar dat gebeurt niet, alleszins niet in de eerste zeventig bladzijden. 
Ik moest trouwens ook denken aan Caravantis, de roman van Vlaming Frank Albers. ‘Wees ongerust’, staat daar, ‘ik wil niet vermaken. Ik wil verminken.’ Ja, dat is een personage dat spreekt, níet de auteur. Maar het staat op de eerste bladzijde van het eerste hoofdstuk, even abstractie makend van de proloog: dat heeft toch iets... strijdpuntachtigs. 
Albers en Vandecasteele. Bien étonnés... 

Doorlezen? Roxy is te glad om te kunnen verminken. Nee dus. 

Maandag: 
doorlezen of niet in De boekendokter van Thomas Blondeau en Roderik Six? 

Mark Cloostermans leest 3 x per week de eerste 50 bladzijden van een nieuw boek, brengt verslag uit van zijn leeservaring en beantwoordt ten slotte de vraag: lees ik door in dit boek... of toch maar niet?

1 opmerking:

  1. Roxy, is inderdaad te glad om te kunnen verminken, en dit is nog zwak uitgedrukt vind ik. DE teleurstelling van het jaar voor mij. En een grote bijkomende teleurstelling is het feit dat dit boek zelfs tot nr.2 wordt uitgeroepen als beste Nederlandstalig boek van 2014 in De Volkskrant. Niet dus! De derde persoon, de Consequenties, Dogma, Niets Bijzonders, maar toch vooral! Oud-Loosdrecht waren voor mij de boeken van het jaar.

    Goed, dit vind ik van Roxy:

    Roxy, een psychologisch onevenwichtig kindvrouwtje, truckersdochter met een alcoholische moeder, laat zich op haar zeventiende 'redden' door een oudere man. Huwt met hem en krijgt een kind.

    Haar favoriete keuzes: 'niet meedoen' en 'willoos' zijn maw ideeën aandragen van een ander en doen of ze van haar zijn(om gerust gelaten te worden), iedereen buiten haarzelf aanzien als vijandige vreemdelingen...

    Wanneer haar man overlijdt in een aanrijding en naakt wordt teruggevonden met een stagiaire in het verhakkelde wrak stelt ze zichzelf en de politie de vraag: 'zat zijn pik nog in haar?'. Leuke vraag, dat wel, maar daar blijft het dan ook bij. Enfin, omdat met het mens niets aan te vangen valt, noch wat betreft normaal gedrag, noch qua gesprek, noch wat betreft iets anders besluit het olijke trio daags na de begrafenis (weduwe, assistente van de overleden echtgenoot, en kinderoppas) samen met het driejarig kind een reisje te gaan maken naar het Zuiden van Frankrijk. (Nu kan je mij veel wijsmaken, zeker in boeken, maar dit is gewoonweg al te belachelijk.) En ja hoor, het reisje verloopt niet goed, wat had je nou anders verwacht, met in crescendo het meest belachelijke einde dat ik ooit gelezen heb. (De foto van de schapen op de cover werd me toen duidelijk)

    Esther Gerritsen probeert hier iets te doen wat haar absoluut niet lukt. Ze probeert een getormenteerd, of eerder verknipt persoon tot leven te brengen(en ik heb niets tegen getormenteerde verknipte personen, integendeel!) en te duiden waarom ze zo is. Normaliter zou dit boek me aanspreken, als het goed gedaan zou zijn, maar dit is gewoon slecht, erg slecht.

    Waar Gerritsen me in 'Dorst' kon bekoren met die afgekapte, korte dialogen slaat het hier nergens op. In Dorst werkte dit voor mij omdat het een 'onmacht' tussen personen uitstraalde. Hier is het onzin. Hier zijn het moeder-kind dialogen of nog erger non-dialogen zonder onmacht.

    En als laatste: dit boek telt 213 blz, maar...het heeft een klein bladformaat, is gedrukt in een groot lettertype en heeft een grote regelafstand. De korte 2 woorden-dialogen vullen al rap vele bladzijden.

    Conclusie: flinterdun, zowel qua omvang als inhoud.

    BeantwoordenVerwijderen