Vandaag: Papegaai vloog over de IJssel van Kader Abdolah (Uitgeverij Prometheus).
Wie? Kader Abdolah, wie kent hem niet? De auteur van bestsellers als Spijkerschrift, De Koran (ja, echt) en Het huis van de moskee, een boek dat in 2007 werd uitgeroepen tot het op één na beste Nederlandstalige boek aller tijden. (De ontdekking van de hemel was het beste.) Kort gezegd, Abdolah is de sjah van de Neder-Perzische fictie.
Buzz? Weinig, vooralsnog. De nieuwigheid is er een beetje af, me dunkt.
Vooroordeel van de dag? Mooie cover. Mooie titel.
Wat was de vraag? Kan een donderslag inslaan?
De eerste vijftig bladzijden...
Papegaai vloog over de IJssel begint met de Pakistaan Memed en zijn dochtertje Tala. Tala – moeder onbekend – heeft een hartafwijking. Memed hoopt in het Westen een kundige cardioloog te vinden. De ziekte van zijn dochtertje is andersom voor hem een godsgeschenk, want hij verblijft amper een paar dagen in een asielcentrum of hij krijgt al een huisje aan de IJssel aangeboden. Geen vervelende oorlogsherinneringen verstoren zijn slaap; Memed houdt zich vooral onledig met verlangen naar vrouwen.
Het is onder recensenten bon ton om te spotten met Abdolah’s taal. De korte, simpele zinnetjes en de beperkte woordenschat, die je eerder zou verwachten in een verhaal van Jip en Janneke dan in een Nederlandse roman.
En het is lastig om het er níet over te hebben. Literatuur is taal, per slot van rekening.
Welke bloemen bloeien er langs de IJssel? Antwoord: ‘gele, paarse en rode bloemen’. Het is misschien omdat ik pas eergisteren Een vlucht regenwulpen herlezen heb, met de voor Maarten 't Hart zo typische, lyrische natuurbeschrijvingen, maar mag dat ietsje preciezer?
Hoe reageren de stijf-protestantse inwoners van Zalk op het nieuws dat er een asielzoeker in hun dorp komt wonen? ‘Deze kleine mededeling was als een donderslag bij heldere hemel ingeslagen in het dorp’. Verdorie, drie vliegen in één klap maar liefst! Een loeier van een cliché (‘donderslag bij heldere hemel’), een lelijke herhaling (‘donderslag’, ‘ingeslagen’) én een absurditeit (een donderslag die ‘inslaat’).
Nog opvallender dan het beperkte vocabulaire, is de naïveteit van verteller en personages. Alles is eenduidig, maar zelfs dan moet worden herhaald en geëxpliciteerd.
Voorbeelden.
Wie waren die Irakese mannen in het asielcentrum? ‘Ongetwijfeld tegenstanders van de Irakese despoot Saddam Hoessein.’ Dankje Kader, ik was alweer helemaal vergeten wie die Saddam was.
Wat zegt de Pakistaanse arts tegen Memed? ‘In de huidige omstandigheden van dit land, waar er oorlog heerst...’ Dat is zoiets als schrijven: ‘In de huidige omstandigheden van deze planeet, met al die zuurstof in de lucht...’
Gevoelens, daar moet je ook vooral niet te ingewikkeld over doen. Memed was ‘ontgoocheld’. Twee pagina’s verder: ‘Ik ben echt kapot.’ Klip en klaar.
Backstory van personages, ook een fluitje van een cent.
Hij [d.i. Memed] was veertien toen zijn vader hem voor het eerst had meegenomen naar een grote autogarage van een van zijn vrienden. Hij had hem laten kennismaken met zijn oude vriend en had gezegd: “Dit is mijn zoon, hij is gek op auto’s, van boeken valt hij in slaap. Geef hem een schroevendraaier, van mij mag hij gratis voor je werken.” Zo werd Memed een kundig automonteur.
Grote stappen, snel thuis. ‘Dit is Kader, hij is gek op schrijven, van moeilijke woorden krijgt hij snoruitval. Geef hem een laptop, van mij mag hij debuteren bij De Geus. Zo werd Kader een kundig auteur.’ Not!
Overigens, stond daar dat Memed van boeken in slaap valt? Gelukkig, want anders hadden we dat nooit geweten. ‘Memed had een hekel (...) aan boeken.’ ‘Memed was geen man van het woord.’ Wou Abdolah soms benadrukken dat Memed geen, géén, hoor je me?, géén alter ego van hem is?
Hoe gelezen?
Pas in 2009 las ik voor het eerst een boek van Kader Abdolah. Ik volgde toen een intensieve cursus Spaans – het was mijn eerste zomer in Barcelona, dus dat kwam van pas – en was op zoek naar eenvoudig leesvoer in die taal. Het toeval bracht mij El reflejo de las palabras, de vertaling van Spijkerschrift.
Die intensieve cursus was overigens een groot succes: las ik de eerste bladzijden van Abdolah’s roman nog met het woordenboek ernaast, in de laatste vijftig bladzijden begon ik me al te vervelen met het àl te simpele Spaans.
Verder herinner ik me dat El reflejo de las palabras sterk begon en daarna veel van zijn pluimen verloor.
In de jaren daarna voelde ik niet de behoefte om terug te keren naar Abdolah’s werk. Af en toe nam ik kennis van zijn bevreemdende tv-verschijningen: een zich in de derde persoon uitdrukkende, niet onaantrekkelijke man, wiens indrukwekkende knevel mij een heel stuk stugger leek dan zijn wollige, al te naïeve proza.
Geen idee waar déze roman heen gaat, want in de eerste vijftig bladzijden lijkt alles voor Memed en Tala heerlijk in orde te komen. Het meisje, hoewel terminaal én doof én Nederlands-onkundig, gaat zonder problemen naar school, en valt niet dood. Memed krijgt een huisje en al gauw heeft hij ook uitzicht op een auto om aan te sleutelen en een vrouw om te bepotelen.
Wat zou er ook mis kunnen lopen, in een universum met een welwillende god? Over het bepotelproject: ‘Misschien had het leven haar naar dit dorp gestuurd om hem tegen te komen.’ Over de auto: ‘de Ford Vedette V8 uit 1950 wist dat het leven iemand zou sturen om hem te bevrijden.’ Zou de pdf van Abdolah’s boek op mijn iPad weten dat hij/zij/het gewist gaat worden?
Doorlezen? Ik zal me daar een haartje betoeterd zijn.
Woensdag:
doorlezen of niet in Caravantis van Frank Albers?
Mark Cloostermans leest 3 x per week de eerste 50 bladzijden van een nieuw boek, brengt verslag uit van zijn leeservaring en beantwoordt ten slotte de vraag: lees ik door in dit boek... of toch maar niet?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten