dinsdag 14 oktober 2014

Recensie // Iemand die er gewoon even niet is

Wonderen bestaan tóch: in “Niets bijzonders” komen zowel Andy Warhol als het werk van Paul Mennes weer tot leven.

1. Tox 

Niets bijzonders: het is een titel die om een sarcastische reactie sméékt. Het is immers lang geleden dat Paul Mennes nog eens iets bijzonders schreef. Begonnen als een Vlaams Douglas Coupland-derivaat, schreef hij met Poes poes poes (2001) zijn beste boek. Daarna was de rek eruit. Nu en dan verscheen er nog eens een vergeetbaar romannetje. Al wat mij bijbleef van Mennes’ werk, was ‘Oedipus in Zonnedorp’, een onwaarschijnlijke grappige, Freudiaanse interpretatie van het Jommeke-album De koningin van Onderland (in het boekje Geheimzinnige sterren, in 1996 verschenen bij Dedalus). 
Maar kijk, met Niets bijzonders heeft Mennes zich... heruitgevonden? Nee, eerder gerevitaliseerd: de componenten van zijn werk blijven dezelfde, maar het heeft in geen tien jaar zo fris geoogd. 
De titel is een citaat van Andy Warhol: ‘The great unfulfilled ambition of my life: my own regular TV show. I’m going to call it Nothing Special.’ Ook andere zinnen en stopwoordjes van Warhol figureren in de roman. ‘Wauw. Geweldig.’ ‘Echt waar? Wauw.’ Reden: in de eerste regels van het boek komt Warhol terug tot leven. Hij heeft de leeftijd die hij had bij zijn dood, en herkent zijn omgeving als de stad waarin hij opgroeide: Pittsburgh. Hij kijkt verbaasd om zich heen. Een vrouw op straat ‘houdt iets tegen haar oor. Ik denk dat het een walkman is.’ Op de cover van een tijdschrift ziet hij een... 
...vrouw met een heel grote neus. “Lady Gaga” staat er boven haar gezicht. Dat klinkt als iemand uit de Factory. Zijn ze nog altijd bezig met die onzin? 

Dat er een Warhol door de straten van Pitsburgh loopt, verbaast niemand: men is daar gewend aan imitators. Toch verzeilt Andy in een instelling voor geesteszieken. 
Tegelijk arriveert in Pittsburgh de schrijver Kasper Lazarus, voor een verblijf als writer in residence. Na een paar dagen heeft hij al een routine: 
’s Morgens schreef ik, ’s middags wiste ik bijna alles wat ik geschreven had en in de namiddag ging ik naar buiten om te wandelen of boodschappen te doen.

Hij bezoekt meermaals het Andy Warhol-museum en loopt zonder het te beseffen de echte Warhol tegen het lijf. ‘Daarna ging ik voor het raam staan. De wereld bewoog. Hij draaide. Hij draaide niet om mij.’ De depressie druipt van ‘m af. 

2. Web 

Qua verhaal heeft Niets bijzonders niet veel om het lijf. Aan het eind gaat de schrijver onverrichter zake weer naar huis, terwijl zombie-Warhol... tja, wat gebeurt er eigenlijk met hem? Op een bepaald moment stopt Mennes gewoon met hem te vermelden, en dat is dat. Maar dat is niet erg. Mennes heeft een web van culturele verwijzingen gesponnen: van Andy Warhol en zijn Factory naar Facebook, van de on-dode Andy naar The walking dead, van Pittsburgh naar George A. Romero, de vader van de zombiefilm. Zegt Warhol: 
Hier worden zoveel zombiefilms gemaakt dat niemand opkijkt van een dode man voor een grootwarenhuis. Mensen vonden altijd al dat ik er dood uitzag. Dus zoveel verschil maakt het niet.

Het web komt tot stand in hoofdstukken met telkens andere manieren van vertellen. Warhol vertelt zijn belevenissen in het heden in de ik-vorm. Kasper Lazarus vertelt over zijn verblijf. In een rapport voor Allegheny General Hospital analyseert dokter Paul Morgenstern de patiënt ‘Andy’. Hoewel ze niet letterlijk tot leven komen, blikken de overleden kunstenaars en weirdos van Warhols Factory terug op hun levens, in toneelmonoloog-achtige hoofdstukken. 
Behalve toneelmonologen vinden we in dit boek ook een transcriptie van een intakegesprek, één scène is uitgeschreven in filmscriptvorm en overleden beroemdheden praten met elkaar in de Facebook-groep ‘The Talking Dead’, wat dus Facebook-proza oplevert: ‘Vind ik leuk – Reageren’. Die stilistische variatie is niet nieuw binnen Mennes’ oeuvre, maar hij maakt er hier wel heel goed gebruik van. 

3. Soap 

De waarde van Niets bijzonders zit in twee dingen. Ten eerste heeft Mennes in Andy Warhol zijn quintessentiële personage gevonden. Het vroege werk van Paul Mennes dreef op kolder en een simpele tegenstelling: enerzijds de afgestompte, volstrekt illusie- en gevoelloze personages, en anderzijds zo schokkend mogelijke ideeën om de gevoelens van de lezer te raken. Weinig van die personages bleven bij, maar wie kan afstomping en gevoelloosheid beter verbeelden dan Andy Warhol? Het levensgevoel van Mennes’ werk past Warhol als gegoten. En vice versa. 
En ten tweede is Niets bijzonders niet helemaal vrij van gevoel. Met name in de Kasper Lazarus-hoofdstukken laat Mennes zich van zijn zwartgalligste kant zien. In een interview in Humo vermeldde Mennes een scheiding; het is verleidelijk om die privé-omstandigheden te betrekken op de depressieve Lazarus. 
De emotionele staat van Lazarus zou je ‘on-dood’ kunnen noemen. Hij leeft als zombie, een situatie die uitzaait naar alles en iedereen in dit boek. Allemaal leid(d)en ze doelloze levens op zoek naar drugs, kicks of producten van de consumptiemaatschappij die het gat in hun hart zouden moeten dichten – zoals zombies die snakken naar mensenvlees. Onder alle gekheid heeft Mennes een nihillistisch boek verborgen, waarin zelfs de dood geen uitweg biedt. Immers, je komt weer tot leven, ofwel in Pittsburgh, ‘de hel zonder deksel’, of op Facebook. Tel uit je winst. 
Wat is een dode? Iemand die ‘er gewoon even niet is’. Wat is de dood? ‘Ik had zo lang zoveel pijn. Ik kon me bijna niet meer herinneren hoe het was zonder.’ 

Niets bijzonders combineert sad, silly, snijdend en satire, en de mix zit precies goed. Ik zou dit boek met ietsje meer overtuiging geprezen hebben, als de auteur aan de verleiding had kunnen weerstaan om er nog gauw een seriemoordenaar in te gooien. Overbodig, en een terugkeer naar het flauwste uit zijn vroege werk. Die seriemoordenaar terzijde, is Niets bijzonders de beste Mennes sinds Poes poes poes.

Paul Mennes, Niets bijzonders. Nijgh & Van Ditmar, 138 blz., € 17,50/13,99 (ppb., e) 
Deze recensie schreef ik voor de Standaard der Letteren

1 opmerking:

  1. Paul Mennes heeft me aangenaam verrast!

    Na 4 jaar terug een boek van Paul Mennes, ik was zeer benieuwd.
    En wat voor ééntje. Een heel raar, bizar boek dat je niet leest voor het verhaal, want dat is er niet, maar wel omdat het bevreemdend en raak is, en omdat het bulkt van de zinnen die op zich een hele wereld oproepen. Zinnen waarvan ik dikwijls gedacht heb, ja! zo is het helemaal.

    Het boek is zo bevreemdend omdat het bevolkt is met, meestal dode, personages die hun zeg doen. In een facebook-groep, genaamd " The Taking dead" zijn vooral de overleden "beroemdheden' van Andy Warhol's The Factory actief. zoals daar zijn: Nico, Freddie Herko, Ondine, Eddie Segwick, Candy Darling:( het personages dat in Lou Reeds 'Walk on the wild site' genoemd wordt), maar later ook Peaches Geldof, die na haar dood toetreedt tot de groep...)

    Het eigenlijke verhaal speelt zich af in Pittsburgh waar de dode Andy Warhol, in verwondering voor de veranderende tijd, rondzwerft en waar hij op een gegeven moment een ander dolend personage, nl. de levende Kaspar Lazarus, een schrijver met een writers-block, ontmoet. In korte hoofdstukken volgen we hen beiden en kijken we door hun ogen naar de wereld. (Sommige hoofdstukken spelen zich af in het Warhol museum waar Andy Warhol dus zelf door wandelt)
    In andere korte hoofdstukken vertellen de overleden Factory-leden over hun levenseinde.

    Messcherpe observaties over deze tijd wisselen af met weetjes over Warhol.

    ‘Televisie zoals we het aan het begin van de 21ste eeuw kennen is het exact omgekeerde van een toilet. Je gaat zitten, hopend op wat ontspanning, en de stront vliegt je om de oren.’

    En we weten dat Andy Warhol op dit gebied toch wel een beetje visionair was:

    "In the future, everyone will be world-famous for 15 minutes"


    Zo staat dit boek dus vol bedenkingen en observaties, soms echt de nagel op de kop.
    Verrassend boek!

    BeantwoordenVerwijderen