In de Vlaamse literatuur is “de geestelijke die zijn handen niet kan thuishouden” een clichépersonage, zoals de kolonel of de oude vrijster bij Agatha Christie. Dat er met Het hout nog maar eens een roman over geniepige, geile geestelijken verschijnt, is niet per sé een reden tot juichen.
Dit is echter een roman van Jeroen Brouwers, sinds het overlijden van Gerrit Komrij zowat de laatste “hele grote” van de vorige eeuw die ons rest. Hij demonstreert andermaal zijn ijle klasse door een welbekend gegeven te injecteren met nieuwe emoties. In de verstikkende atmosfeer van een jongensinternaat op de grens van Nederland en Duitsland lijdt de lezer mee. Mee met broeder Bonaventura, die wil uittreden, maar niet durft en daardoor misschien de liefde van zijn leven zal mislopen. Mee met leerlingen Mark en Wil, die besloten hebben om te ontsnappen, net op het moment dat schoolhoofd Mansuetus zijn oog heeft laten vallen op Mark. Mansuetus ‘houdt van blond’.
Brouwers creëert een suspense met Hitchcock-allures: de tijd kruipt, de twijfels van Bonaventura draaien in cirkels, en als lezer weet je amper waarop je moet of mag hopen. Dat Bonaventura de moed vindt om te vertrekken? Maar wat gebeurt er dan met die jongens? Dat de twee ontsnappen? Maar wat zou hen dat vooruit helpen? Vingernagels verwoestende spanning, die zich wel op de derde dag van het verhaal moét ontladen, want dan komt de bisschop op bezoek.
Het was misschien niet de beste beslissing om van larger than life-sadist Mansuetus een Duitser te maken: zo wordt het volk van Merkel weer gereduceerd tot gelaarsde en ‘Maul halten, Schweinehund!’ schreeuwende onmensen. Van de andere kant: Brouwers suggereert dat zijn schoolsadist tijdens WO II vast onfrisse dingen gedaan heeft, en dat is niet onrealistisch. De katholieke Kerk heeft wel meer oorlogsmisdadigers “opgevangen”.
Het hout is, naar Brouwers’ normen, een klassieke roman, met zorgvuldig getekende personages en eenvoudige opbouw: broodnodige variatie voor de fans, en misschien een opening naar een breder publiek. De grote thema’s worden haast terloops aangeraakt: de medeplichtigheid van de zwijgende meerderheid, de onmogelijkheid om seksualiteit uit je leven te schrappen. Het hout is een hellevaart die nog weken nadien door het hoofd van de lezer spookt. Danken wij de Heer voor dit heidense meesterwerk.
Jeroen Brouwers, Het hout.
Atlas Contact, 281 blz., € 24,99 (hardcover)
Deze recensie verscheen in de Standaard der Letteren van vrijdag 3 oktober.

Tot mijn grote schande (en rode kaken) is dit het eerste boek van Jeroen Brouwers dat ik las. En ik zal het geweten hebben. Een mokerslag tegen mijn onderkaak, dat was het.
BeantwoordenVerwijderen1953, een Franciscaner slotklooster/jongenspensionaat aan de Nederlands-Duitse grens. De zesentwintigjarige wees Eldert Haman begint er les te geven als (leken)leraar Duits. Bijna onopgemerkt wordt zijn lekenstaat omgebogen, tenietgedaan, tot hij werkelijk toetreedt. In dit boek lezen we broeder Bonaventura's, zoals hij nu door het leven gaat, bloedstollende relaas.
Vanaf blz 1 deelt de lezer in de klappen, letterlijk en figuurlijk. De beschrijvingen van de verstikkende en liefdeloze sfeer in deze 'opvoedburcht' doen pijn, raken je. De angst, bij al die jongens permanent aanwezig, is voelbaar. De vernederingen, verbaal en lichamelijk ervaar je mee.
Bij de intrede van de Duitse* bullebak Mansuetus verkilt de sfeer nog meer, wordt er een versnelling hoger geschakeld. Het blijft niet meer bij bevelend gesnauw en bij de blijkbaar hoognodige lijfstraffen. Nee, het gaat verder, veel verder. Verder dan elk liefdevol mens voor mogelijk acht. (en anno 2014 door iedereen gekend)
Jeroen Brouwer's weerzin en walging voor de roomse kerk druipt van elke pagina. De verontwaardiging voor het aangedane leed door een instituut dat zich boven alles en iedereen verheven voelt gulpt als een lavastroom uit dit boek. De schrijver ontbindt al zijn duivels (om in de sfeer te blijven) wanneer hij bijna fulminerend maar toch onderkoeld en cynisch (ja) de geplogenheden en gebruiken van de katholieke riten rediculiseert.
Dit boek is stilistisch weergaloos, de gedetailleerde beschrijvingen (vb van het aanvoelen van een pij in ruwe stof op de huid) fenomenaal. De rake karakterschetsen en trage mooie opbouw zorgen ervoor dat de lezer wordt meegevoerd naar deze hel. Voeg daar nog een zeer grote maatschappelijke relevantie bij en je krijgt, voor mij dan toch, een perfect boek. Een boek dat ik nooit meer zal vergeten, nooit.
Jeroen Brouwers geselt en slaat zoals ook zij geselden en sloegen, niet met het Hout maar met woorden.
Het beste boek dat ik in 2014 mocht lezen.
5*
* Het feit dat de grootste schoft en bullebak een Duitser is deed me in het begin de wenkbrauwen fronsen. Waarom? dacht ik. Er zijn in Vlaanderen en Nederland voorbeelden legio van dergelijke zwijnen. Tot de Bisschop toe. Achteraf begreep ik waarom. De schrijver vergelijkt de roomse kerk met het nazisme. Dezelfde indoctrinatie, dezelfde verheerlijking.
Een voorbeeld: (het betreft het symbool van het hakenkruis):
Een zwart beest met geknakte poten in een witte bol op een bloedrood veld. Door de Führer zelf ontworpen. Vraatzuchtig met die poten door alles heen ratelend, alles vermorzelend, vermalend, verpulverend tot alleen angst overbleef. Dezelfde angst die hier heerst. Dezelfde misdaden onder een ander symbool, ook gekruist als een x, maar rechtop