Vandaag: Verrek, het is geen kunstenaar. Gerard Reve en het schrijverschap van Edwin Praat (Amsterdam University Press). Een boek dat Reve terug interessant zou kunnen maken.
Wie? Edwin Praat is docent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde in 2011 cum laude op zijn onderzoek naar het schrijverschap van Gerard Reve. Dit boek is daarvan de “publieksversie”.
Buzz? Nee.
Vooroordeel van de dag? Geen.
Wat was de vraag? Wie nog een extra schep Bourdieu?
De eerste vijftig bladzijden... ...kun je overslaan. Praat serveert een lange inleiding over de positie van de kunstenaar, over hoe de ‘bohémien’ midden negentiende eeuw zijn positie van ‘tegenvoeter’ van de bourgeois verwierf, enzovoort. Praat hanteert Nescio als illustratiemateriaal: ‘Aan de ene kant van die grens staan de kunstenaar, de erotiek, de waanzin, de nutteloosheid, de creativiteit, de chaos en de God van hemel en aarde, aan de andere kant de burger, de zelfbeheersing en de preutsheid, het utilitarisme, het fatsoen, de orde, en de God van Nederland.’
Niet oninteressant, maar het is niet waarom ik “een ticket kocht”, zogezegd.
‘Dit boek gaat over Gerard Reve en het geloof’, meer bepaald ‘het geloof in de kunst en in de kunstenaar’, luidt het dan eindelijk op bladzijde 29, maar hold your horses want eerst moet er nog een fikse kwak Bourdieu geserveerd worden. Pas op bladzijde 55 komt Praat eindelijk ter zake, in zijn ‘Inleiding. Het tweeledig probleem Gerard Reve’. Daarna is het éven geduld hebben, en op bladzijde 77 begint het boek echt. Pfoe!
Hoe gelezen?
Met toenemende interesse. Volgens Praat maakte Reve komaf met bepaalde verwachtingen die aan de kunstenaar worden gesteld. Dat hij het niet voor het geld doet. Dat hij progressief is. Enzovoort.
Reve was niet alleen schrijver, hij was ook iemand die voortdurend druk doende was een schrijver te spelen, iemand die welbewust allerlei vooronderstellingen en clichés die het schrijverschap aankleven in het centrum van zijn zelfrepresentatie plaatste.
Die zelfrepresentatie werd steeds complexer: de auteur wees fragmenten van zijn biografie toe aan zijn personage, en presenteerde die mengsels van feit en fictie later weer als werkelijkheid, zíjn werkelijkheid. Reve had na verloop van tijd zoveel maskers, dat de echte persoon onzichtbaar was geworden.
In feite haalt Praat Reve weg uit het rijtje Mulisch/Hermans/Reve, en brengt hem in verband met hedendaagse “onwerkelijkheidskunstenaars” als A.H.J. Dautzenberg – nog zo iemand die maling heeft aan feiten en het publiek dolgraag in verwarring brengt. Was Reve een voorloper van de hoax-kunstenaar (zoals de Mediamarokkaan)? Het zou zomaar kunnen.
Praat schrijft:
Zijn gehele loopbaan zal Reve van mening blijven dat kunst en religie elkaar vinden in hun nutteloosheid en onmaatschappelijkheid, en deze opvattingen zal hij voortdurend verdedigen tegen wat volgens hem de communis opinio is: het idee dat kunst of de kerk de maatschappij zou moeten stichten of hervormen.
Dat is een goede benadering van Reves werk en tegelijk is het wrang om zoiets te lezen, want: wie, serieus: wie?, zou vandaag nog in alle ernst durven beweren dat literatuur of kunst een “maatschappijhervormende” functie heeft? De overtuiging waartegen Reve zich, volgens Praat, heeft verzet – die heeft zichzelf opgeruimd. En we missen haar nog elke dag.
Nog even over het boek: een redelijk vlot geschreven, zorgvuldige studie van Reves vermommingen, sterker in de ontrafeling van Reves dubbelzinnigheden dan in het trekken van echt verrassende conclusies. Niettemin nog altijd boeiender lectuur dan de biografie.
Doorlezen?
Bij gelegenheid.
Woensdag:
doorlezen of niet in Op eenzame hoogte van Luc Boudens?
Mark Cloostermans leest 3 x per week de eerste 50 bladzijden van een nieuw boek, brengt verslag uit van zijn leeservaring en beantwoordt ten slotte de vraag: lees ik door in dit boek... of toch maar niet?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten