woensdag 29 oktober 2014

Doorlezen of niet? Luc Boudens

Vandaag: Op eenzame hoogte van Luc Boudens, de comeback-roman van een voorheen mooie jonge god (Uitgeverij Vrijdag i.s.m. Leesmagazijn). 

Wie? Ik schreef het eerder al: dit is het jaar van de literaire comeback. Wessel te Gussinklo is terug en zijn roman staat op de shortlist van de Ako Literatuurprijs – mijns inziens onterecht, maar bon. Ook Paul Mennes liet weer iets van zich horen, en dat was voor het eerst in lange tijd goed nieuws. En dan vergeet ik Frank Albers haast: nog een comeback! En Boudens. 
Luc Boudens (°1960), ooit aanstormend talent, samen met Tom Lanoye en Herman Brusselmans. Publiceerde de verhalenbundels Vrijdag visdag en De tiende provincie en de romans Het zijn lange dagen en Het lijden van de jonge Werner
Drankmisbruik zette flink de rem op zijn talent. Er volgde nog wat poëzie. De romans verdwenen uit de handel, zijn uitgever deed de boeken dicht. Leesmagazijn geeft nu Boudens’ oude werk weer uit, terwijl Vrijdag de nieuwe roman uitbrengt. Daarmee keert Boudens terug naar huis, want Vrijdag-uitgever Rudy Schoonbeek publiceerde zijn werk in de jaren ’80, zij het toen onder de vlag van uitgeverij Dedalus.

Buzz? In Vlaanderen, verschillende artikels over de comeback. Weinig recensies... 
Vooroordeel van de dag? ...wat toch een beetje de indruk wekt dat de comeback groter nieuws is dan het boek.
Wat was de vraag? Hebt u energie? Of vindt u ze in de mensen om u heen?

De eerste vijftig bladzijden... De proloog doet er niet moeilijk over: dit gaat fout aflopen. De ik-verteller heeft net rechercheurs over de vloer gehad. Hij is overtuigd, niet zozeer van zijn onschuld als van zijn gelijk: ‘Ik had juist gehandeld, zoals iemand als ik altijd juist handelde.’ 
Daarna: hoofdstuk 1, terug in de tijd. We maken kennis met de steenrijke Amaury. Hij is succesvol, maar ook wat doelloos: ‘Ons was aangeleerd om wat was verworven op z’n minst te consolideren.’ En: ‘Een met de minuut aangroeiend fortuin stond altijd garant voor verstarring. De Bossquare [waar hij woont; mc] liep van meet af aan dood. Dat was het beginconcept.’ 
Een toevallige ontmoeting, met de student Bastien, zal dat allemaal veranderen. De eenzaat valt voor Bastien. En nee, dat gaat niet gepaard met gewetensbezwaren of ochot lieve deugd, nu ben ik 67 en opeens homofiel!, nee, op dàt vlak zijn de jaren ’80 in de Vlaamse letteren gelukkig voorbij. 
Een oude schuur brandt goed, zegt men. Bij Boudens luidt die volkswijsheid zo: 
Nooit had ik mij op iets als hoop moeten beroepen. En dus was ook wanhoop tot dusver een grote onbekende gebleven. Nu was er Bastien. En werd ik door wanhoop gewurgd. 

Ik was nog geen vijftig bladzijden ver, of Bastien was al bij Amaury ingetrokken. Heeft hij daar zelf op aangestuurd? De dialogen staan meerdere interpretaties toe. En krijgt Amaury er iets voor terug, dat hij zijn student op een bed van rozen vlijt? Allerminst. ‘Jij houdt op een andere manier van mij, dan ik momenteel van jou houdt [sic; op blz. 38 van het boek staat nog een tweede dt-fout; mc], Amaury. Dan ik ooit van jou zal kunnen houden.’ Handen thuis, bejaarde Casanova! 
Gaat het Boudens om het contrast tussen een gescleroseerde elite en een jongere generatie met een je me débrouille-mentaliteit? Of lig de klemtoon op het liefdesdrama? Daarbij vroeg ik me af, als first-time-Boudens-lezer, of de vertelstijl aangepast is aan de overgecultiveerde Amaury, of dat Boudens altijd zo schrijft. In het eerste geval: raak getroffen. In het twee geval: beetje nuffig, nee? 
Mijn indruk: Boudens heeft een vrij sec verhaal geschreven over een verliefdheid, en laat veel van de rest aan de lezer over. Wie wil kan er zelfs een meta-commentaar op Boudens’ literaire carrière in zien. Amaury’s afstandelijke, gedragen zinnen botsen met het jonge-mensen-idioom van Bastien. Horen we hier de schrijver van een kwart eeuw geleden, die zich afvraagt of zijn taal nog contact kan maken met een nieuwe generatie lezers? De oude Jonge God die de hand reikt naar de nieuwe Jonge Goden? 

Hoe gelezen? Al vind ik de roman slechts een goeie middelmaat, meer niet, de thematiek spreekt me wel aan. 
Sommige mensen hebben energie. Contact met hen kan die energie op jou overdragen, kan je doen opleven. Ik sta telkens weer versteld van het resultaat (en ben stilletjes beschaamd, omdat ik niet in staat ben die energie zelf op te wekken). Dat is wat ík in dit boek lees, maar ik denk dat iedereen zich voor een deel in Amaury kan herkennen: een mens die zo goed als alles heeft, inclusief een niet te vullen gat in zijn leven... en dan is daar opeens de oplossing. Daar wil een mens al eens gekke dingen voor doen.

Doorlezen? Ja. 

Vrijdag: 
doorlezen of niet in Roxy van Esther Gerritsen? 

Mark Cloostermans leest 3 x per week de eerste 50 bladzijden van een nieuw boek, brengt verslag uit van zijn leeservaring en beantwoordt ten slotte de vraag: lees ik door in dit boek... of toch maar niet?

1 opmerking:

  1. Misschien toch eens 'Het zijn lange dagen' of 'Het lijden van De Jonge Werner' lezen. Dan merk je meteen dat de taal die Boudens aanwendt in z'n nieuwe roman echt wel in de mond van de overgecultiveerde Amaury wordt gelegd. Ze staat immers haaks op de taal die hij gebruikte in z'n eerder werk. Anderzijds vind ik die nuffige (sic) taal ook wel weer iets hebben. Ah, ik ben allang blij dat Boudens na al die jaren weer in z'n pen is gekropen.

    BeantwoordenVerwijderen